image10 image14 image18 image22

Info over ons vlees....Zomers voorkant 2011

We gebruiken voor onze gerechten alleen runderen die op Schouwen-Duiveland zijn groot gebracht van het ras : Blonde d’Aquitaine


Het ideale vleesveeras van producent tot consument.

    

Zoals de naam al doet vermoeden vindt het ras zijn oorsprong in de zuidwest Franse regio Aquitanië. Tot 1920 waren er drie onderrassen in Aquitainië en omgeving namelijk de Garonnaise rondom de river de Garonne tussen Agen en Bordeaux, de Quercy en de Blonde van de Pyreneeën aan de voet van de westelijke Pyreneeën. Door deze rassen te combineren en te kruisen met enkele andere rassen, zoals de Limousin (rund) en Charolais (rund), ontstond een vleesras dat unieke eigenschappen wist te combineren. Blonde d'Aquitainen kunnen gemakkelijk afkalven doordat de kalveren van dit ras in verhouding tot andere vleestypische rassen klein van formaat zijn. Daarnaast hebben Blonde d'Aquitainen een goed eindgewicht en kunnen leven van een karig rantsoen. Dieren van dit ras kunnen doorgroeien totdat ze een leeftijd hebben bereikt van 5 - 6 jaar, in deze 5 -6 jaar kunnen stieren een gewicht van 1500 kilo en koeien een gewicht van 1100 kilo bereiken. Doordat Blonde d'Aquitainen goed kunnen rondkomen van een sober rantsoen, weinig afkalfproblemen hebben en koeien van dit ras goede moederdiereigenschappen hebben, zijn Blondes goed in te zetten voor het begrazen van natuurgebieden. ( Meer informatie )
 

en lammeren die op Schouwen-Duiveland zijn geboren van het ras : Texelaar.

De Texelaar heeft een vrij gedrongen bouw en een bredere kop dan de Swifter. Hij heeft geen horens. De kop heeft fijn wit haar. Hij heeft sterke lendenen en ronde, gevulde dijen. De bewolling strekt zich uit over de gehele romp tot aan de keel. De voorpoten moeten flink bewold zijn, minimaal tot het midden van de "onderarm" en aan de achterpoten minstens tot het midden van de schenkel. Ook de staart is bewold, bij ooilammeren wordt deze vaak vlak na de geboorte gecoupeerd d.m.v. bijvoorbeeld een strak elastiek. Dit wordt gedaan om later, als het dier zelf moet lammeren, dat de staart niet in de weg zit. Bij deze soort is bij het lammeren nogal eens assistentie van de schapenhouder of veearts noodzakelijk.

Ooien kunnen een gewicht van 70 à 80 kilogram bereiken bij een schofthoogte van circa 68 centimeter. De rammen bereiken zelfs een gewicht van 90 kilogram en een schofthoogte van 70 centimeter. De wolopbrengst bedraagt ongeveer 4 à 5 kilogram, er wordt één keer per jaar in de voorzomer geschoren. Ze lammeren niet gemakkelijk af.